Overwegingen

ZIEKENZONDAG

Morgen is het ziekenzondag. Nationale ziekendag. ‘n Initiatief van  De Zonnebloem. We worden extra bewust gemaakt van het lijden van zieken en kwetsbaren. Ziekte overkomt mensen om onbegrijpelijke redenen en we moeten maar zien hoe er mee om te gaan. Het valt niet mee om in zo’n situatie het vertrouwen in God te bewaren. Een zieke kent tijden van wanhoop en vertwijfeling. Het lijkt zo zinloos. Maar op de weg van het lijden kan God een houvast zijn. God in de gedaante van een medemens?

 

ln deze Raphael-Exoduskerk kennen we verschillende werkgroepen die zorgdragen voor zieken en ouderen. Met mensen die uitvaarten verzorgen en troostbieden bij en na verlies. Maar ook zij, die geen deel uitmaken van zo’n werkgroep, mogen zich geroepen weten zo goed als God te zijn. Open te staan voor anderen. ln onze geloofsgemeenschap ervaren we gelukkig belangstelling voor elkaars welzijn. We merken vaak genoeg hoe signalen van verdriet en zorg worden opgevangen, met elkaar worden gedeeld en doorgegeven. Mensen worden niet alleen gelaten. Natuurlijk is het nooit perfect en zullen er fouten en tekortkomingen zijn. Er zijn ook situaties die niet of erg laat in beeldkomen. Alert zijn, ogen en oren gebruiken, zorg voor anderen samen delen. Durven wij elkaar daarop aan te spreken? Als gedoopte christenen zijn wegeroepen om in de voetsporen van Jezus te lopen. De opdracht die Jezus van zijn vader kreeg: er te zijn voor anderen, de boodschap van liefde en goedheíd te brengen. Die boodschap geldt ook voor ons. Dat zit niet in grote dingen en het hoeft de krant niet te halen, al zou er best wat meer goed nieuws op de voorpagina mogen. Er zijn zo veel instanties en er zijn zoveel mensen achter de schermen bezig die goed doen, en zo een stukje van God tonen; zelf een stukje God zijn. Is het simpel zo te leven? Wij mogen als we hier samen komen  ons laten inspireren door verhalen uit de bijbel, teksten van psalmen en gebeden. De lezingen van vandaag sluiten heel mooi op elkaar aan. Op verschillende manieren laten ze zien wie God is en wat Hij wil zijn voor ons. Een barmhartige God, die ons weg roept uit onze dorheid en doodsheid, uit onze doofheid, die dwars door onze uiterlijke rijkdom heen kijkt, tot in onze ziel. Geroepen zijn wij om de liefde van God te weerspiegelen. Daar hoort ook bij dat we het kwade proberen uit te bannen.

 

De 1e lezing vertelt ons over de taak van de profeet Jesaja. Hij moet de mensen in ballingschap voorhouden, dat ze in alle ellende op Gods redding kunnen vertrouwen. Hij zorgt voor zijn mensen. Hij troost ze en pept ze op: vat moed. houd ogen en oren open. Dan zul je ervaren dat het dorre en dorstÍge land, de steppe, weer zal gaan bloeien. Als wij er voor elkaar durven te zijn, scheppen wij dat nieuwe, vruchtbare land. Dan de 2e lezing. Waar Jesaja over droomde, begint bij Jezus werkelijkheid te worden. Wat Jezus aan de mensen toen liet zien, mogen wij voort zetten in onze tijd en onze omgeving. Kijk in dit evangelie hoe Jezus om gaat met mensen zoals U en ik. Hij is op weg naar het meer van Galilea en trekt door een onbekend, heidens gebied. Daar wordt iemand die doof is en moeilijk spreekt, bij Jezus gebracht. De man is zelf niet instaat daar te komen. Anderen ontfermen zich over hem en verwachten iets groots van Jezus. Men is erg nieuwsgierig. Dan lezen we dat Jezus de man apart neemt, buiten de kring van mensen. Hij zoekt de stilte. Hij wil niet dat de aandacht op hemzelf is gericht, nee het gaat om de man die geholpen moet worden. Er staat dan hoe Jezus de man aanraakt, maar ook dat Hij de ogen ten hemel richt en zelfs zucht. ls Hij dan toch onzeker en vraagt Híj Gods hulp? Waar haalt Jezus zijn wonderkracht vandaan? EFFATA Ga open. en dat mist zijn uitwerking niet. De oren van de man gaan open, zijn tong is los en hij kan preken. De dorheid van zijn bestaan, de woestijn waarin hij leefde, wordt omgezet in een oase van groen. Hij telt mee, hij is herboren. Van harteloosheid naar hartverwarmend. Geven wij hier en nu ook gehoor aan de oproep EFFATA? Weg met die oogkleppen, de wereld is groter dan ons eigenwereldje. Verder kijken en open gaan. Kunnen we dat als eenling? Je kunt beginnen. Kijk eens naar die jonge scholiere die de vorige week in Kopenhagen daar op de stoep zat met een eigengemaakte spandoek. Zij riep mensen op wakker te worden. Let op het milieu, Doe iets. Die oproep zorgde een paar dagen later voor reactie in Den Haag. Daar zaten meerdere scholieren met dezelfde oproep: Kom op Grote mensen. Leef ons voor wat goed ís. Wordt wakker en kom tot werkelíjke daden. leder van ons kan iets doen voor een betere wereld. Mensen uit hun isolement halen. Er kan zo veel. Er wordt ons niet alleen gevraagd om het goede te doen, nee er ligt ook een opdracht het kwade uit te bannen en te signaleren wat mis dreigt te gaan. Durven we dat? Om b.v. te reageren als we een gesprek horen over DIE buitenlanders. Die buitenlanders die de buurt onveilig maken, die de banen en huizen van onze kinderen inpikken? Durven we nuances aan te brengen door onze mening te geven.lk moet zeggen dat ik niet altijd het lef heb om op zulke gesprekken in te gaan. Het ligt dan ook aan de omgeving waar dit speelt. Maar we krijgen steeds opnieuw een kans een positieve inbreng te hebben. Het goede te doen als bijdrage voor een betere wereld. Jezus vroeg aan de omstanders te zwijgen over wat er gebeurd was, maar dat was aan dovemans oren gezegd. Overal vertelden ze wat Jezus aan goeds had gedaan, maar stonden ze er wel bij stil dat ze zelf ook helend, genezend bezig konden zijn? Wie de oren open heeft voor het evangelie, die blijde boodschap, kan horen dat we net als Jezus, goed kunnen doen, doorzorg te dragen voor elkaar. In de bijbel klinken zo vaak de woorden: wees niet bang .Hopelijk zullen die woorden bij ons hun uitwerking niet missen en mogen wij al onze vermogens benutten om Gods naam en zijn daden te verkondigen .Amen.

 

R.Bruens

KEUZES MAKEN 

De vlakte van Sichem was een uitstekende plaats voor een volksvergadering. Dáár was het, dat Jozua de stammen van Israël bij elkaar had geroepen. We hoorden er zojuist over in de eerste lezing.

Het was Jozua, die de leiding had gehad toen de Israëlieten het Beloofde Land binnengetrokken waren. Wat had het volk niet allemaal meegemaakt tijdens de 40 jaar durende tocht. Maar telkens weer was het God geweest, die hun gesterkt had. Nu voelde Jozua, dat hij niet lang meer te leven had. En hij maakte zich zorgen. Sinds de Israëlieten zich goed en wel gevestigd hadden in hun nieuwe land leek het wel of ze hun God vergeten waren. Ze pasten zich aan aan de gewoonten van hun nieuwe omgeving en ook aan hun godsdienst en godsdienstige praktijken. Ze kozen niet meer voor de God van hun belofte die hun zo trouw was geweest. Het was immers gemakkelijker om mee te doen met de mensen om hen heen en hùn goden te aanbidden dan trouw te blijven aan het geloof van hun ouders en voorouders.

Tijdens de volksvergadering stelde Jozua die meelopers voor een keuze: “òf je gelooft in God die ons heeft gered, òf je onderwerpt je aan de goden van dit land. Wie willen jullie dienen? Je moet kiezen. Blijf je trouw aan wat je van je ouders hebt meegekregen of ga je je aanpassen aan deze nieuwe omgeving?” Even wordt het heel stil daar op die vlakte van Sichem. Dan zegt iemand: “Waar kies jij voor, Jozua?” “Ik geloof”, zegt Jozua, “in de éne God die ons uit Egypte heeft geleid, die ons altijd trouw is geweest.” Dan antwoordt het hele volk: “Dat willen wij ook. Wij geloven in de éne God, die ons beschermd heeft op al onze tochten. Hem willen wij dienen”.

Járen later zijn het de leerlingen van Jezus die ook moeten kiezen. Johannes vertelt erover in zijn evangelie. Als hij dit schrijft, zo’n 100 jaar na Christus, is het een moeilijke tijd voor de christenen. Ze worden lastig gevallen door de Joden en vervolgd door de Romeinen. In zo’n situatie is het een gevaarlijke zaak om trouw te blijven aan je geloof en te kiezen voor Jezus. Tegen deze achtergrond vertelt Johannes over Jezus aan het meer van Galilea.

Een grote menigte staat naar Jezus te luisteren. Maar veel van die mensen twijfelen aan Jezus’ woorden. Jezus had gezegd: “Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed echte drank”. Schokkend vonden ze deze woorden. Ze ergeren zich daaraan en velen keren Jezus de rug toe. Een handjevol blijft nog over. En ook die vraagt Hij te kiezen. “En jùllie, willen jùllie soms ook weggaan?” Simon Petrus antwoordt dan namens de groep van twaalf: “Maar Heer, naar wie zouden wij moeten gaan? Wij geloven vast en zeker, dat U de heilige van God bent.

En wéér een heel aantal jaren later zitten wij hier bij elkaar in de Rafael-Exoduskerk. En u moest vanavond óók kiezen: òf u ging hier naar de viering toe òf u vond het weer te slecht òf u zou andere dingen kunnen gaan doen. U hebt er voor gekozen hier wѐl te komen en samen liturgie te vieren. En daar zijn we blij mee. Gelovig zijn berust dus kennelijk ook op het maken van keuzes. En dan gaat het niet alleen over al of niet naar de kerk gaan. Maar gelovig zijn heeft te maken met hoe we in het leven willen staan. Zegt de persoon van Jezus ons iets? Jezus, die in zijn woorden en daden het gezicht van God zelf is? Die in zijn leven laat zien, dat God altijd het welzijn wil van elke mens? Hebben zijn woorden en daden invloed op onze beslissingen en ons dagelijks doen en laten? Zoals Pastor Nowara het verwoordt in de laatste Samenloop: “Geloof motiveert om anderen nabij te zijn, om tijd te geven en niet alles voor jezelf te houden”.

We kennen voorbeelden van bekende mensen die dit in hun leven waar gemaakt hebben. Ik denk aan Franciscus van Assisi, die als man van in de twintig de keuze maakt radicaal het spoor te gaan volgen van Jezus van Nazareth. Al spoedig is er een groep van mensen die samen met hem het leven deelt van de armsten. Ze eren God en getuigen waar het volgens hen in het leven om gaat.

Om eens een ander iemand te noemen: Henriëtte Roland Holst, notarisdochter, schrijfster, die een veilig en gemakkelijk leventje had kunnen leiden met poëzie te schrijven over de natuur. Maar aan het eind van de 19e eeuw trok ze zich het lot aan van de arbeiders die 14 tot 16 uur per dag moesten werken, in vaak mensonterende omstandigheden en tegen een hongerloon. Ze zette zich met alle vuur en élan in voor de arbeidersbeweging. En op haar eigen wijze geloofde ze in een God die bondgenoot was in die strijd voor een rechtvaardiger samenleving.

“Geloof motiveert om anderen nabij te zijn, om tijd te geven en niet alles voor jezelf te houden.” Gelukkig zien we dit in eigen omgeving ook veelvuldig gebeuren.

  • De man die zijn dementerende vrouw maandenland elke dag bezoekt in het verpleeghuis, ook al herkent ze hem niet meer.
  • Ouders die hun zoon steeds weer een nieuwe kans geven, ook al geeft hij geen blijk van waardering.
  • Een man die de mooie stoel van zijn overleden vrouw wil weggeven aan zijn ziekelijke zus. Zijn dochter vindt dat maar dom: op marktplaats kan hij er wel 1000 euro voor beuren. Toch kiest de man voor het eerste: zijn zus kan die stoel goed gebruiken en zal er reuze blij mee zijn.

Keuzes maken ….. zoals in de dagen van Jozua, zoals in de dagen van Jezus en Johannes, zo maken wij ook voortdurend keuzes. Wie daarbij kiest voor het geluk van de ander, gaat staan in de voetsporen van Jezus. Amen.

G.Gosen, pw

 

18e zondag door het jaar (B)

ZIJN LICHAAM WORDEN

Exodus 16,2-4 +12-15  en Johannes 6, 24-35

 

‘Welk wonderteken kunt u dan verrichten ? Als we iets zien zullen we in u geloven. Wat kunt u doen ? ‘  De mensen die in boten waren gestapt, discussiëren fel en willen overtuigd worden.   En ook in zijn eigen groep vliegen de woorden over en weer. Zo heftig dat Jezus  zelfs  aan de Twaalf  zal vragen :’Willen jullie soms ook heengaan ? ‘

Toen al twijfels.  Dan zeker nu want ons kritisch denken stroomt over van meningen.

Zo zei iemand pas  in een interview : ‘Ik denk niet dat er in Nederland christenen zijn die blijmoedig de brandstapel opklimmen om te getuigen van hun rotsvaste geloof in Jezus.’  Op brandstapels zie ik ze niet klimmen , maar er zijn er genoeg die naar brandhaarden  gaan en mensen redden, vluchtend  voor vuur.

Of van Jezus getuigen. Zoals de Nederlandse pater-jezuïet Frans van der Lugt. In het land Syrië, in de belegerde stad Homs. ‘Wij houden van het leven, we willen niet verdrinken  in een zee van ellende en leed’, was zijn noodkreet in 2014. Er was enorme  honger en de pater probeerde zoveel mogelijk voedsel te geven. Maar de man die niets dan goeds bracht in Homs, die Syriër onder de Syriërs was geworden, die weigerde de zijnen in de steek te laten als een goede herder, die man  werd  op laffe wijze vermoord.

Op de achterkant van uw boekje staat te lezen hoe deze priester  denkt over Jezus van Nazareth. Ik lees:  Een mens die mij tot in het diepste boeit, een man die heel gewoon met lege handen wist te leven:  Jezus van Nazareth. Doordat hij met lege handen wist te leven, was er altijd plaats in zijn leven voor zijn Vader en voor Jan en alleman, Over hem zou ik willen zeggen: ‘Hij was het brood dat leven geeft.’  Want hij volgde Jezus na en getuigde van zijn geloof in Hem.

In het boek Exodus hoorden we over het brood uit de hemel. ‘En in de morgen  rond het legerkamp dauwde het. De dauw steeg op en de woestijn bleek bedekt met een fijn korrelig iets alsof er rijp op de aarde lag. Wat is dat, zeiden ze tegen elkaar. Ze wisten niet wat het was. Het brood kreeg de naam van Manna. Het was als korianderzaad zo wit en het smaakte naar honingkoek.’ God de Heer had het klagende volk gehoord, hoe zij te keer waren gegaan tegen hem en hun leiders, Mozes en Aäron, maar hij had  brood uit de hemel laten regenen als voedsel voor onderweg , als viaticum. Als een hemels geschenk.

Maar de mens heeft honger naar meer, heeft  meer nodig. En wat de mens echt voedt, ligt op een ander vlak. Maar Mozes had toch ook  later nog in de woestijn  de Thora ontvangen op de berg Sinaï : de tien wegwijzers voor de kunst van samenleven. Is de Thora dan niet genoeg  voedsel ?  Het ‘brood’ dat God geeft om onderweg gevoed te worden ?  Zeker,  maar God is groter dan ons hart en wil dichterbij zijn.

En zo lazen we in het zesde hoofdstuk uit het evangelie van Johannes  nog meer over wat een mens ten diepste kan voeden. ‘Want het brood dat God geeft, is Hij die uit de hemel neerdaalt en aan de wereld leven geeft.’  En als de toehoorders het nog steeds niet begrijpen, zegt Jezus met nog meer nadruk: ‘Ik ben het brood om van te leven. Wie naar Mij toekomt, krijgt geen honger meer, en wie in Mij gelooft, krijgt nooit meer dorst.’ ( Joh. 6,35 ). Als een geschenk om te leven. Maar je moet het je wel laten schenken. En kun je dan ook ontvangen ?

Je voelt je nu  ineens  in het hart van de Eucharistie , dat oeroude ritueel van Woord van God en de tekens  van brood en wijn. Waar we samen dankbaar gedenken dat Jezus zijn leven gaf voor anderen. En waar wij telkens uitgenodigd worden om als gemeenschap – hoe groot of klein ook – op te komen voor ‘al mijn verre en dichtbije naasten’. Te doen gerechtigheid.

Soms zeggen voorgangers vóór het uitreiken van de heilige Communie : ‘Ontvang wat je bent en word wat je ontvangt:  steeds meer lichaam van Christus’. Ik doe dat vaak  en dank die woorden aan de kerkvader  Augustinus  uit de vierde eeuw.

Ontvangen… beseffen dat we als gedoopten levenslang in relatie met Jezus zijn en kunnen groeien. We mogen zijn wie we al zijn: mensenkinderen geschapen naar Gods beeld. En we zijn om met Paulus te spreken al op elkaar aangewezen om samen lichaam van Christus te zijn, ieder met eigen mogelijkheden, ieder geroepen  op de plaats die ons gegeven is,  om met elkaar gelukkig mens te zijn. En dat hebben we niet aan onszelf te danken. Het is niet onze prestatie.

En: ‘Word wat je ontvangt: steeds meer lichaam van Christus.’ Je hoort Jezus zeggen: ‘Weest niet bezorgd voor je leven’. En dat betekent toch: weest bezorgd voor elkaars leven , dat allereerste, voor allen met wie je verbonden bent  hoe dan ook, dichtbij  of van verre en blijf open naar elke mens die vaak plotseling of te onpas van jou vraagt  zijn naaste te zijn.

Moge het vieren van de Eucharistie het verlangen in ons  versterken om samen  Zijn levend lichaam te worden. Moge dat zo zijn.

J.Nibbelke, pr.